* Spelmechanismen: Dit zijn de regels en systemen die bepalen hoe het spel werkt. Ze kunnen worden gemodelleerd met behulp van:
* Wiskundige modellen: Bijvoorbeeld de manier waarop natuurkunde wordt gesimuleerd in een racegame.
* Eindetoestandsmachines: Om de verschillende toestanden van een personage of object weer te geven (bijvoorbeeld staan, lopen, rennen, springen).
* Beslissingsbomen: Om de acties van de AI te bepalen op basis van verschillende omstandigheden.
* Spelwereld: Dit omvat de omgeving, personages en objecten in het spel. Het wordt vaak gebouwd met behulp van:
* 3D-modellen: Om de visuele aspecten van de wereld weer te geven.
* Procedurele generatie: Om automatisch unieke niveaus of omgevingen te creëren.
* Gegevensmodellen: Om informatie op te slaan over personages, objecten en de geschiedenis van de gamewereld.
* Gameplay: Dit verwijst naar de spelerservaring en interactie met het spel. Het omvat:
* Gebruikersinterfacemodellen: Om weer te geven hoe spelers omgaan met het spel, zoals menu's en bedieningselementen.
* Verhalende modellen: Om het verhaal te structureren en de boodschap van het spel over te brengen.
* Psychologische modellen: Om te begrijpen hoe spelers het spel waarnemen en erop reageren.
* Sociale modellen: In multiplayer-games wordt sociale interactie tussen spelers van cruciaal belang:
* Netwerkmodellen: Om de communicatie en synchronisatie tussen spelers af te handelen.
* Gedragsmodellen: Om spelersgedrag te voorspellen en interacties te ontwerpen.
Computerspellen zijn dus niet één type, maar een veelzijdige verzameling modellen die samenwerken om de uiteindelijke interactieve ervaring te creëren.