1. Coöperatief spelen: Dit komt het dichtst in de buurt! Kinderen werken samen om een gemeenschappelijk doel te bereiken, vaak met gedeeld speelgoed en om beurten. Ze bouwen misschien samen een toren, spelen een spel of vertellen een verhaal.
2. Parallel spelen: Hoewel ze niet direct delen, spelen kinderen naast elkaar, waarbij ze vaak soortgelijk speelgoed gebruiken en soortgelijke activiteiten ondernemen. Dit kan een stap zijn in de richting van meer coöperatief spel, omdat ze elkaar observeren en van elkaar leren.
3. Associatief spel: Dit houdt in dat kinderen met elkaar omgaan, speelgoed delen en af en toe commentaar geven op elkaars activiteiten. Ze kunnen speelgoed ruilen of elkaar helpen iets te bouwen.
4. Sociaal spelen: Dit omvat elk type spel waarbij kinderen met elkaar omgaan, inclusief het delen van speelgoed, praten, lachen en in het algemeen genieten van elkaars gezelschap.
5. Symbolisch spel: Kinderen gebruiken speelgoed om andere objecten of ideeën voor te stellen, en ze kunnen speelgoed en verhalen delen om een gedeelde fantasierijke wereld te creëren.
Het specifieke type spel hangt af van de leeftijd, het ontwikkelingsstadium en de individuele voorkeuren van de kinderen. Het gedeelde plezier van speelgoed en vrolijke interactie zijn echter de sleutelelementen!